Partij van de Arbeid HG

uw lokale partij als het er echt om gaat

Hardinxveld-Giessendam, 4 juni 2016

 

Geacht College van Burgemeester en Wethouders,

 

Op basis van Artikel 12 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Hardinxveld-Giessendam ziet de PvdA-fractie graag de volgende vragen inzake de uitstoot van PFOA door DuPont/Chemours beantwoord.

 

Wij zien de beantwoording met belangstelling tegemoet. Bij voorbaat dank voor uw inzet.

 

Met vriendelijke groet,

 

Niek Verkaik

Fractievoorzitter PvdA 

 

Inleiding

Begin april publiceerde het college onderstaand persbericht naar aanleiding van de resultaten van het RIVM-onderzoek naar de uitstoot van PFOA door DuPont/Chemours

 

'Geen reden voor ongerustheid in Hardinxveld-Giessendam vanwege DuPont/Chemours volgens RIVM'schoorsteen

 

Er is voor Hardinxveld-Giessendam geen reden tot ongerustheid over de gevolgen van te hoge PFOA-uitstoot door het bedrijf DuPont/Chemours in Dordrecht, stelt het RIVM.

 

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van perfluoroctaanzuur (PFOA) door Chemours (v/h DuPont). Uit het rapport, dat onlangs openbaar is geworden, blijkt volgens het RIVM dat er vooralsnog geen reden voor ongerustheid is voor de gezondheid van de inwoners van de gemeente Hardinxveld-Giessendam. Indien nodig zullen wij de inwoners nader informeren. Het college ziet dan ook momenteel geen aanleiding om hierover verder contact te zoeken met het RIVM dan wel de provincie

 

Het college geeft in het persbericht aan zich op basis van het onderzoeksresultaat geen zorgen te maken over de gezondheid van onze inwoners. Ook ziet het college geen aanleiding om contact te zoeken met het RIVM of de provincie Zuid-Holland.

 

RIVMDe PvdA-fractie heeft met behulp van een deskundige het betreffende RIVM-rapport nader geanalyseerd. Tevens heeft betreffende deskundige een simulatie uitgevoerd van de uitstoot van PFOA onder andere op basis van de door het RIVM gehanteerde gegevens. De uitkomsten van deze simulatie lijken te wijzen op substantieel hogere waarden en concentraties van PFOA dan de uitkomsten van het RIVM doen vermoeden. Waarden die in tegenstelling tot eerdere berichtgeving wel degelijk zorgwekkend zijn. In bijgevoegde pdf-file is een samenvatting van de uitgevoerde simulatie opgenomen.

 

Het nadere onderzoek van de PvdA-fractie leidt tot een aantal procesgerichte en een aantal (diep) inhoudelijke vragen voor het college dan wel het RIVM of provincie. Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gezondheid van onze inwoners gaan wij ervan uit dat het college zorg draagt voor een adequate beantwoording, ook als dat betekent dat overleg moet worden gepleegd met ander overheidspartijen.

 

Procesgerichte vragen

 

1.     Heeft het college, al dan niet ondersteund door deskundige ambtenaren, het rapport van het RIVM kritisch gelezen? Zo ja, heeft dat geleid tot vragen of opmerkingen?

2.     Heeft het college contact gehad met de provincie Zuid-Holland als verantwoordelijk vergunningverlener van DuPont? Zo ja, is het RIVM-rapport besproken? Zo nee, waarom niet?

3.     Heeft het college zich geïnformeerd bij omliggende gemeenten, bijvoorbeeld om te polsen welke acties zij op dit moment ondernemen om scherp te krijgen wat het effect van PFOA is op de volksgezondheid?

 

In het RIVM-rapport 2016-0049 op pagina 10 staat "Voor de DuPont/Chemours vestiging zijn alleen voor de periode 1998-2012 emissiegegevens beschikbaar, na 2012 is er geen emissie meer. De omvang van de PFOA emissie in de periode vóór 1998 is onzeker". Uit het RIVM-rapport blijkt niet of er navraag gedaan is bij de DCMR (Milieudienst Rijnmond) die verantwoordelijk is voor de controle en waar incidenten gemeld moeten worden.

 

4.     Kan het college aangeven of het RIVM navraag heeft gedaan bij DCMR over de emissie van PFOA bij Du Pont? Mocht het RIVM dit niet gedaan hebben dan verdient het aanbeveling om het RIVM te verzoeken dit alsnog te doen en de resultaten hiervan te verwerken in een update van het RIVM rapport 2016-0049.

5.     Het RIVM-rapport spreekt over de volgende rapporten waarvan gebruik gemaakt wordt als bron:

•          Jaar 2002: Levertoxiteit door Butenhoff et al

•          Jaar 2004: Levertoxiteit door Perkins et al

•          Jaar 2006: Reproductietoxiciteit door Lau et al

•          Jaar 2008: Onderzoek door instituut EFSA

 

Uit deze rapporten blijkt dat al eerder bekend was dat PFOA leidt tot schade voor met name de leverfunctie. Waarom is Du Pont pas in het jaar 2012 gestopt met het gebruik maken van PFOA? En waarom heeft de provincie Zuid-Holland als vergunningverlener de uitstoot van PFOA niet eerder een halt toegeroepen? In het RIVM-rapport wordt op dit punt geen uitleg gegeven.

 

Inhoudelijke vragen (zie bijlage ‘Beoordeling RIVM-rapport 2016-0049 PFOA-emissies Du Pont Dordrecht’)

6.     Kan het RIVM verklaren waarom zij met hun OPS-PRO dispersiemodel een factor 33 tot 100 lagere waarden berekenen dan berekent met een ander Gaussisch dispersiemodel?

7.     In Nederland heerst een overwegend west-zuidwestelijke windrichting. Dit roept de verwachting op dat de emissiepluim meer over Sliedrecht en Hardinxveld-Giessendam uitwaait. Kan het RIVM toelichten waarom dit niet uit hun figuur TA-2.1 op pagina 45 van hun rapport 2016-0049 blijkt?

8.     Is RIVM het met de stelling eens dat gezien PFOA een hoog molair gewicht (414,07 gram/mol) heeft het aannemelijk is dat de concentraties in de contouren dichter bij Du Pont de Nemours nog hoger zal zijn dan in de bijlage van dit rapport uitgevoerd?

9.     Kan het RIVM toelichten waarom er voor de dispersieberekeningen geen gebruik gemaakt is van een model dat uitgaat van emissiepluimen met een gasdichtheid dichter dan die van lucht?

10.  Wat zouden de conclusies van het RIVM zijn indien de overwegingen zoals genoemd bij de vragen 7 t/m 9 meegenomen zouden zijn in RIVM rapportage 2016-0049?

11.  Is het college bereid om de vragen 6 t/m 10 met het RIVM op te nemen en door het RIVM te laten beantwoorden? Zo nee, waarom niet?

 


Top